ECLI:NL:HR:2023:888
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing wettelijke rente bij terugvordering BTW-compensatiefonds
De zaak betreft een cassatieberoep van de gemeente tegen uitspraken van het Gerechtshof Den Haag en de Rechtbank Den Haag over beschikkingen inzake belastingrente. Het geschil draait om de toepassing van wettelijke bepalingen die de berekening van rente voorschrijven bij terugvordering van bijdragen uit het BTW-compensatiefonds na vernietiging van naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld aan de hand van de relevante wetsartikelen, waaronder art. 9, leden 4 en 5, van de Wet op het BTW-compensatiefonds en de artikelen 30h en 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De Hoge Raad sluit zich aan bij de overwegingen in een gelijktijdig gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2023:815) en verklaart het beroep ongegrond.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de gemeente toe te rekenen. Hiermee is bevestigd dat de wettelijke renteverplichtingen bij terugvordering van bijdragen uit het BTW-compensatiefonds onverkort van toepassing blijven, ook na vernietiging van naheffingsaanslagen omzetbelasting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en de wettelijke renteverplichtingen bij terugvordering blijven onverkort van toepassing.