ECLI:NL:HR:2023:890
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing wettelijke rente bij terugvordering BTW-compensatiefonds
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente [X2] te [Z] en de Staatssecretaris van Financiën over de toepassing van belastingrente op teruggevorderde bijdragen uit het BTW-compensatiefonds. Na vernietiging van naheffingsaanslagen in de omzetbelasting stelde de gemeente dat de wettelijke rente niet van toepassing zou zijn op de terugvordering van deze bijdragen.
De gemeente stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, dat eerder haar hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag had behandeld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de wettelijke bepalingen, met name artikel 9, leden 4 en 5, van de Wet op het BTW-compensatiefonds en de artikelen 30h en 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. De Hoge Raad verwijst daarbij naar een gelijktijdig gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2023:815) waarin dezelfde rechtsvraag is behandeld. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de gemeente toe te rekenen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en de wettelijke rente op teruggevorderde bijdragen blijft van toepassing.