ECLI:NL:HR:2023:927

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2023
Publicatiedatum
15 juni 2023
Zaaknummer
22/02904
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:119a BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt arrest over bestuurdersaansprakelijkheid en schadevergoeding in Fins vonnis

In deze zaak hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 mei 2022, dat een bestuurdersaansprakelijkheidsvordering betrof waarbij een schadevergoeding was toegewezen in een Fins vonnis.

De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep is derhalve verworpen. Tevens zijn de eisers veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €7.115 aan verschotten en €2.200 aan salaris. De uitspraak bevestigt de eerdere rechtspraak over de toepassing van bestuurdersaansprakelijkheid en de erkenning van buitenlandse vonnissen met betrekking tot schadevergoeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd met veroordeling van eisers in de kosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/02904
Datum16 juni 2023
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 3] in zijn hoedanigheid van enig erfgenaam van [erflaatster],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: J.A.J. Leeman,
tegen
KUTTERIKUIVIKE FLT OY,
gevestigd te Suonenjoki, Finland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: FLT,
advocaat: B.F.L.M. Schim.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/17/163545 / HA ZA 18-263 van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juli 2020;
b. de arresten in de zaak 200.284.454/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juni 2021 en 3 mei 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 3 mei 2022 beroep in cassatie ingesteld.
FLT heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor FLT mede door S.J. de Wijs.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FLT begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
16 juni 2023.