Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag in een strafzaak over gewoontewitwassen van een woning in Spanje, geldbedragen, voertuigen en fitnessapparaten. De verdachte werd veroordeeld, waarbij de opgelegde gevangenisstraf 52 maanden bedroeg.
Namens de verdachte werd cassatiemiddel ingediend, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest alleen ten aanzien van de strafduur, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad constateerde dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van 52 naar 50 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafduur, verminderde deze tot 50 maanden en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 2 juli 2024 door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 52 naar 50 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.