ECLI:NL:HR:2024:1093

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
22 augustus 2024
Zaaknummer
22/01481
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep verdachte door Hoge Raad

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 september 2013. Namens de verdachte heeft advocaat E.E.W.J. Maessen een cassatiemiddel ingediend. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling genomen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De redenen voor deze beslissing zijn opgenomen in de conclusie van de advocaat-generaal.

Het arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 27 augustus 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01481
Datum27 augustus 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 september 2013, nummer 20-004385-12, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 augustus 2024.