ECLI:NL:PHR:2024:684
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overschrijding termijn na arrest medeplegen amfetamine
De zaak betreft een verdachte die door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch is veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine, in strijd met de Opiumwet. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Maastricht en legde een gevangenisstraf van 16 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Tijdens de hogerberoepsprocedure verscheen de verdachte niet, maar was een raadsman aanwezig die aanvankelijk gemachtigd was. Later verklaarde deze raadsman niet meer gemachtigd te zijn, waarna het onderzoek werd hervat zonder aanwezigheid van de verdachte of zijn raadsman. Het arrest werd op 27 september 2013 gewezen.
Volgens een recente uitspraak van de Hoge Raad (HR 2023:1363) geldt een termijn van 14 dagen na de einduitspraak voor het instellen van cassatieberoep indien op een eerdere terechtzitting een gemachtigde raadsman is verschenen. Omdat het cassatieberoep pas op 21 april 2022 werd ingesteld, ruim na deze termijn, is het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaard.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. Het arrest van het hof is op tegenspraak gewezen en de procedure is correct verlopen volgens de geldende procesregels.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van veertien dagen na het arrest.