Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
10 september 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond een vergismoord centraal die in 2021 plaatsvond in Amsterdam. Een auto werd beschoten waarbij de bestuurster, de vriendin van het beoogde slachtoffer die naast hem zat, om het leven kwam. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van poging tot moord, brandstichting van de vluchtauto, vuurwapenbezit en vernieling van woningen en auto's.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de bewijsvoering omtrent opzet, voorbedachte raad en medeplegen, alsmede op de strafmotivering waarbij het hof een gevangenisstraf van 30 jaar oplegde. De verdachte verzocht ook om sluiting van de deuren tijdens de zitting vanwege veiligheidsredenen, zodat hij zijn wisselende verklaringen kon toelichten, maar dit verzoek werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de 30-jarige gevangenisstraf voor medeplegen poging moord en andere delicten.