Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
6 september 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een accountant jegens derden centraal. Eiseressen, woonachtig te verschillende plaatsen, stelden dat verweerders aansprakelijk waren. De procedure begon bij de rechtbank Gelderland met meerdere vonnissen in 2017, 2018 en 2019, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 mei 2023 een arrest wees.
Eiseressen stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, terwijl verweerders voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelden. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep van eiseressen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseressen niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering te geven, omdat het oordeel niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het voorwaardelijke incidentele beroep van verweerders werd niet behandeld omdat het principale beroep werd verworpen.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep van eiseressen af en veroordeelde hen in de proceskosten, begroot op een totaal van €4.335,--, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan. Het arrest werd op 6 september 2024 gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten.