Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 januari 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 30 januari 2024 uitspraak gedaan in een cassatiezaak over medeplegen van witwassen van grote geldbedragen en een auto, waarbij handelingen plaatsvonden in Nederland en Engeland. De verdachte werd ervan verdacht tussen 1 januari 2010 en 30 november 2011 onder meer circa 45.000 Britse ponden en een Mercedes-auto voorhanden te hebben gehad, terwijl hij wist dat deze afkomstig waren uit een misdrijf.
De kern van het geschil betrof de rechtsmacht van Nederland over het feit dat deels in Engeland plaatsvond. De Hoge Raad bevestigde dat op grond van artikel 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht Nederland rechtsmacht heeft over strafbare feiten die deels in Nederland zijn gepleegd, ook als onderdelen van het feit zich in het buitenland voordoen. Dit was relevant omdat de verdachte in Nederland woonde en het geld uiteindelijk in Engeland in beslag werd genomen.
Daarnaast werd een vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging van de advocaat-generaal die betrokken was in hoger beroep besproken, maar dit werd verworpen op basis van een eerder arrest. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest alleen voor zover het de strafoplegging betrof en verminderde de gevangenisstraf met vijf maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. De uitspraak benadrukt de toepassing van extraterritoriale rechtsmacht bij witwassen en de waarborg van redelijke termijnen in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtsmacht van Nederland en vermindert de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.