ECLI:NL:PHR:2024:261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsmacht Nederland bij mensensmokkel met doorreis via Duitsland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte wegens mensensmokkel werd veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking had op het behulpzaam zijn bij toegang tot of doorreis door Duitsland, omdat het meende dat de Nederlandse strafwet niet van toepassing was op die gedragingen buiten Nederland.
De advocaat-generaal betoogde dat op grond van artikel 197a Sr de Nederlandse strafwet ook van toepassing is op het behulpzaam zijn bij toegang tot of doorreis door andere lidstaten van de EU, waaronder Duitsland. De Hoge Raad bevestigt dat op grond van artikel 2 Sr Pro vervolging in Nederland mogelijk is voor strafbare feiten die deels buiten Nederland zijn gepleegd, mits het strafbare feit ook in Nederland plaatsvindt. De Hoge Raad oordeelt dat Nederland ook rechtsmacht heeft ten aanzien van het behulpzaam zijn bij doorreis door Duitsland, omdat het gevolg van het feit in Nederland is ingetreden.
Hoewel het hof een onjuiste rechtsopvatting had over de rechtsmacht, leidt dit niet tot vernietiging van het arrest omdat het aannemelijk is dat de strafoplegging niet anders zou zijn geweest. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep wegens gebrek aan belang. De zaak benadrukt de reikwijdte van de Nederlandse rechtsmacht bij transnationale mensensmokkel en de toepassing van het territorialiteitsbeginsel in combinatie met artikel 197a Sr.
De bewezenverklaring omvat dat de verdachte op 7 november 2021 in Nederland een ander behulpzaam was bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dit wederrechtelijk was. Het hof achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van onder meer verklaringen, controles door Duitse autoriteiten en de Koninklijke Marechaussee, en navigatiesysteemgegevens.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang, ondanks onjuiste rechtsopvatting over rechtsmacht.