ECLI:NL:HR:2024:1206
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing proceskostenvergoeding in belastingzaak
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een afwijzende beslissing van de rechtbank inzake een verzoek tot proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding heeft verworpen.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan belanghebbende. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
De uitspraak is gedaan door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, en raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, op 13 september 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bekrachtigd zonder proceskostenvergoeding.