ECLI:NL:HR:2024:1212
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over kosten van vervolging in belastingzaak
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake de aan hem in rekening gebrachte kosten van vervolging in een belastingzaak. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 13 september 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en is het hofarrest bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bekrachtigd.