Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
1 oktober 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond het witwassen van twee contante geldbedragen van €100.000 en €107.000 centraal. De verdachte werd in eerste aanleg ontslagen van rechtsvervolging voor het bedrag van €100.000, maar het hof verklaarde het witwassen van €107.000 bewezen. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van de verdachte over de herkomst van het bedrag van €107.000, waaronder contante bedragen uit kasopstelling en schenkingen van familieleden, als 'weinig concreet en amper verifieerbaar' werden beschouwd. Deze motiveringsgebrek maakt het oordeel van het hof onbegrijpelijk.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het het bedrag van €107.000 betreft en wees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De zaak zal dus opnieuw worden behandeld met nadruk op een zorgvuldige motivering van de herkomst van het geldbedrag.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest over €107.000 witwassen wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.