Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 januari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag over belaging, waarbij de verdachte gedurende meer dan een half jaar de aangever en diens familie herhaaldelijk heeft lastiggevallen via telefoontjes, WhatsApp- en e-mailberichten nadat de seksuele relatie was verbroken.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend met betrekking tot de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, met een voorstel tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden, zonder nadere motivering.
Vanwege het verstrijken van meer dan twee jaar sinds het instellen van het cassatieberoep is de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis, naar 171 uur taakstraf, subsidiair 85 dagen hechtenis.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor zover het de strafmaat betreft, vermindert de taakstraf en vervangende hechtenis conform de redelijke termijn, en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd naar 171 uur en de vervangende hechtenis naar 85 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.