Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Een proces-verbaal van aangifte met bijlaged.d. 29 augustus 2014 van de politie eenheid Den Haag, HLM district [plaats] IJssel, HLM Team Rijn en [plaats] met proces verbaalnummer PL1500-2014202396-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 30 t/m 37) :
Een proces-verbaal van ontvangst klacht door hulpofficier van justitied.d. 29 september 2014 van de politie eenheid Den Haag, HLM district [plaats] IJssel, HLM team Rijn en [plaats] met proces-verbaalnummer PL1500-2014202396-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 38 t/m 39):
Een geschrift, zijnde'Vierde vervolg logboek vanaf eind juni 2014’. Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 97 t/m 107):
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 17 september augustus 2014 van de politie eenheid Den Haag, HLM district [plaats] IJssel, HLM team Rijn en [plaats] met proces-verbaal nummer PL1500-2014202396-3. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 66 t/m 68):
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 10 december 2014 van de politie eenheid Den Haag, HLM district [plaats] IJssel, HLM team Rijn en [plaats] met proces-verbaalnummer PL1500-2014202396-11. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 159 t/m 163):
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 15 september 2014 van de politie eenheid Den Haag, HLM district [plaats] IJssel, HLM team Rijn en [plaats] met proces-verbaalnummer PL1500-2014202396-7. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 71 t/m 73):
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 10 december 2014 van de politie eenheid Den Haag, HLM district [plaats] IJssel, HLM team Rijn en [plaats] met proces-verbaalnummer PL1500-2014202396-12. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 155 t/m 158):
Een proces-verbaal van verhoor verdachted.d. 11 december 2014 van de politie eenheid Den Haag, HLM district [plaats] IJssel, HLM team opsporing opvang D2 met proces verbaalnummer PL1500-2014202396-18. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 22 t/m 29):
Nadere overwegingen
in de periodevan 16 juni 2014 tot en met 14 november 2014 blijft echter overeind, aangezien alle zeven momenten waarop het hof het oog heeft – en die in de bewijsmiddelen terugkomen – in die periode vallen. Dat die bewezenverklaarde periode een periode van vijf maanden beslaat, is feitelijk correct. Dat het hof daarmee heeft willen zeggen dat de belaging vijf maanden heeft geduurd, berust mijns inziens op een onjuiste lezing van het bestreden arrest.
3.Het tweede middel
Strafmotivering
4.Het derde middel
Korte situatieschets
Vordering tot schadevergoeding [aangeefster]
€ 1.908,60 (duizend negenhonderdacht euro en zestig cent) bestaande uit € 408,60 (vierhonderdacht euro en zestig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangeefster] , ter zake van het bewezenverklaarde
een bedrag te betalen van € 1.908,60 (duizend negenhonderdacht euro en zestig cent) bestaande uit € 408,60 (vierhonderdacht euro en zestig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
wettelijke rentevoor de materiële en de immateriële schade op
16 juni 2014.”
geheelvan de bewezenverklaarde gedragingen gedurende de bewezenverklaarde periode doet aan het voorgaande niet af. Achteraf kan worden vastgesteld dat de belaging aan het begin van de bewezenverklaarde periode is begonnen en het gedrag van de verdachte – mede gelet op de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte in de samenhangende zaak – vanaf het begin indringend en angstaanjagend voor de aangeefster was. Het in het arrest besloten liggende oordeel dat de aangeefster als gevolg van het gedrag van de verdachte reeds in het begin van de pleegperiode al niet meer alleen over straat durfde, is derhalve niet onbegrijpelijk. Het hof kon dus oordelen dat de schade is ontstaan vanaf het begin van de bewezenverklaarde periode. [33]
het gehele bedragop de begindatum van de bewezenverklaarde periode ligt onbegrijpelijk is.