Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 november 2022, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof onder meer de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij het hof was uitgegaan van 133 hennepplanten.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, mede omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 5 november 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.