Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
27 september 2024.
Hoge Raad
OIEG vorderde betaling van een schuld van Venezuela door het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela S.A. en aanverwante vennootschappen. Het hof Den Haag wees deze vordering af, waarbij het leerstuk van vereenzelviging centraal stond. OIEG stelde dat het hof dit leerstuk onjuist had toegepast en stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor het gedingverloop en beoordeelt de klachten van OIEG over het hofarrest. De klachten worden verworpen omdat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt OIEG tot betaling van de proceskosten aan de zijde van PDVSA c.s. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 27 september 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van OIEG wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.