ECLI:NL:HR:2024:1486
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.M. Bothof, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 6 april 2024 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor de betaling.
Hoewel de brief volgens Track&Trace was ontvangen, is het griffierecht niet voldaan. Vervolgens plaatste de griffier op 15 augustus 2024 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om een toelichting te geven op het niet betalen van het griffierecht. Deze kennisgeving werd ook per e-mail verzonden en geacht te zijn ontvangen op die datum.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 18 oktober 2024 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.