Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor bedreiging van zijn ex-partner, belediging van een verbalisant door hem te bespugen, en mishandeling van twee andere verbalisanten bij zijn aanhouding. Het hof had onder meer een gebieds- en contactverbod opgelegd als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr.
De advocaat van verdachte stelde een cassatiemiddel voor, maar de advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze geen aanleiding geven tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met oplegging van gebieds- en contactverbod.