Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die is veroordeeld voor meervoudige verkrachting van zijn 12- tot 14-jarige stiefdochter. Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek van de verdediging af om een getuige à décharge te horen die aanwezig was bij een gesprek waarin het slachtoffer zou hebben verklaard dat de beschuldigingen niet waar waren.
De verdediging stelde dat deze getuige en diens echtgenote belangrijke ontlastende verklaringen konden afleggen. Het hof oordeelde echter dat het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was, omdat de echtgenote al was gehoord bij de raadsheer-commissaris en ook haar zoon was gehoord, en de verdediging niet had aangegeven welke aanvullende informatie deze getuige zou kunnen geven.
De Hoge Raad herhaalde de relevante jurisprudentie omtrent de motiveringseisen voor verzoeken tot het horen van getuigen en concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd en het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep faalde en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof dat het verzoek tot het horen van een getuige afwees.