ECLI:NL:HR:2024:1591
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2020
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 april 2023, die het hoger beroep behandelde tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen onroerendezaakbelasting voor het jaar 2020.
Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant heeft een verweerschrift ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is vastgesteld door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.