ECLI:NL:HR:2024:1664

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
23/04445
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3a WwftArt. 33 Wwft
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in geschil over levensverzekering en Wwft-verplichtingen

In deze zaak stond centraal of sprake was van een levensverzekering en de vraag hoe de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) van toepassing is op het vastleggen en bewaren van gegevens voor verificatie.

De procedure begon bij de rechtbank Noord-Holland, waarna het gerechtshof Amsterdam op 15 augustus 2023 een arrest wees. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Gezien het ontbreken van vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, motiveert de Hoge Raad zijn oordeel niet nader.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding, begroot op een totaal van €5.045,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04445
Datum15 november 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: S.L. Haanschoten,
tegen
SRLEV N.V.,
gevestigd te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: SRLEV,
advocaat: aanvankelijk G.J. Harryvan, thans J.W.M.K. Meijer.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/317099 / HA ZA 21-322 van de rechtbank Noord-Holland van 4 augustus 2021 en 27 oktober 2021;
b. het arrest in de zaak 200.306.243/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 augustus 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
SRLEV heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor SRLEV mede door B. Snijder-Kuipers.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SRLEV begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
15 november 2024.