ECLI:NL:HR:2024:1690

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
23/02910
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen beslag op voertuig met vervalst chassisnummer

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake een klaagschrift over beslaglegging op een personenauto met een vervalst chassisnummer (VIN). De klager, een beroepsmatige handelaar in auto's, was het niet eens met het beslag omdat er geen verdenking tegen hem bestond.

De rechtbank oordeelde dat het algemeen belang zich verzet tegen opheffing van het beslag vanwege het vervalste VIN op het voertuig. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de klager beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 26 november 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op het voertuig met vervalst chassisnummer blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02910 B
Datum26 november 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 16 mei 2023, nummer RK 23/005086, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2024.