ECLI:NL:HR:2024:1742
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake kosten van vervolging
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 september 2022, die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over kosten van vervolging, beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Verdere brieven van belanghebbende zijn in de cassatiefase niet in behandeling genomen vanwege de procedurele fase.
Een verzoek om wraking van de Hoge Raad is afgewezen. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering vereist.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 29 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.