ECLI:NL:HR:2024:1786

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
22/03005
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 lid 1 UitleveringswetArt. 326 lid 1 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen uitleveringsuitspraak wegens ontbrekend proces-verbaal hersteld

De zaak betreft een cassatieberoep van een opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2022 over een uitleveringsverzoek van Turkije wegens Opiumwetdelicten.

De advocaat-generaal had eerder geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en oproeping van de opgeëiste persoon voor een nieuwe zitting, omdat het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek ontbrak, wat in strijd zou zijn met artikel 29 lid 1 van Pro de Uitleveringswet en artikel 326 lid 1 Sv Pro.

De Hoge Raad gaf de rechtbank de gelegenheid om het proces-verbaal alsnog op te maken. Nadat dit proces-verbaal was toegevoegd aan de stukken, heeft de raadsman van de opgeëiste persoon geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot aanvullende schriftuur.

Daarmee is de feitelijke grondslag van de klacht komen te vervallen, zodat het cassatieberoep niet tot vernietiging kan leiden. De Hoge Raad heeft het beroep dan ook verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het ontbrekende proces-verbaal inmiddels is toegevoegd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03005 U
Datum3 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2022, nummer […], op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en tot oproeping van de opgeëiste persoon voor een nader te bepalen zitting van de Hoge Raad teneinde op het verzoek tot zijn uitlevering te worden gehoord.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 1 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1343, de rechtbank in de gelegenheid gesteld het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek van 15 juni 2022 in overeenstemming met de wettelijke eisen op te maken.
Na ontvangst van dit proces-verbaal is de raadsman van de opgeëiste persoon in de gelegenheid gesteld om een aanvullende schriftuur in te dienen. De raadsman heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in strijd met artikel 29 lid 1 van Pro de Uitleveringswet in samenhang met artikel 326 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek van 15 juni 2022 is opgemaakt.
2.2
Inmiddels bevindt zich bij de stukken het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek van 15 juni 2022. Hierdoor is aan de klacht de feitelijke grondslag komen te ontvallen, zodat deze niet tot cassatie kan leiden.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2024.