ECLI:NL:HR:2024:1796
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente voor de jaren 2014 tot en met 2017 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet nodig was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Advocaat-Generaal had eerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding voor veroordeling in de proceskosten.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra op 6 december 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is bevestigd.