Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
5.Beslissing
10 december 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een zaak over voorbereiding van een terroristisch misdrijf. De verdachte werd onder meer verweten middelen te hebben verschaft aan een lid van IS om in Syrië communicatiemiddelen te gebruiken. Het hof verklaarde de verdachte schuldig en legde een gevangenisstraf op, alsmede verbeurdverklaring van een computer en twee harddisks.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de inbeslaggenomen computer en harddisks vatbaar zouden zijn voor verbeurdverklaring, aangezien het bewezenverklaarde feit betrekking had op het regelen van een simkaart voor het opzetten van een Telegramaccount. De verbeurdverklaring werd daarom vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden doordat stukken te laat werden ingediend, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden naar elf maanden en een week, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De verbeurdverklaring van computer en harddisks is vernietigd en de gevangenisstraf verminderd tot elf maanden en een week, waarvan drie maanden voorwaardelijk.