Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 februari 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor openlijke geweldpleging tegen politieagenten, het vernielen van straatmeubilair, politievoertuigen en het wegdek na een verloren voetbalwedstrijd in Breda in 2021. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof had verzuimd het aantal dagen gijzeling te bepalen dat verbonden is aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel, zoals vereist op grond van artikel 36f lid 5 Sr in samenhang met artikel 6:4 lid 20 Sv Pro. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest leidt.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof te geven, omdat de klacht niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen, het arrest van het hof blijft ongewijzigd.