ECLI:NL:PHR:2024:717

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juli 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
23/02688
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 36f.5 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen wegens ontbreken bepaling duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel

De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, met een taakstraf en een schadevergoedingsmaatregel. In cassatie klaagt de verdachte dat het hof heeft nagelaten de duur van de gijzeling te bepalen die verbonden is aan de schadevergoedingsmaatregel.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het middel faalt, omdat het vaste jurisprudentie is dat gijzeling zonder rechterlijke machtiging niet mogelijk is en de verdachte daardoor geen belang heeft bij de oplegging van een dergelijke gijzeling. Er zijn geen gronden om het arrest te vernietigen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof. De zaak benadrukt het belang van een duidelijke bepaling van de duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen, maar erkent dat het ontbreken daarvan in dit geval geen eigen belang voor de verdachte oplevert.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof terecht geen duur van de gijzeling heeft bepaald, waardoor gijzeling niet mogelijk is.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/02688 J

Zitting2 juli 2024
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.

Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 12 juli 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Daarnaast heeft het hof een vordering van de benadeelde partij deels toegewezen, deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard en hiermee verbonden een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

2.1
Het middel bevat de klacht dat het hof heeft verzuimd om de duur van het aantal dagen gijzeling te bepalen dat is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
2.2
Daargelaten of de steller van het middel een terecht punt heeft, het is vaste jurisprudentie dat indien de rechterlijke machtiging daartoe ontbreekt, gijzeling niet mogelijk zal zijn. De verdachte heeft aldus geen eigen belang bij de oplegging daarvan. [1]

Afronding

3.1
Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering.
3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:179 en HR 6 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:184 (81 lid 1 RO over een in essentie zelfde cassatiemiddel als in de onderhavige zaak) en mijn opmerkingen in de conclusie voorafgaand aan dit laatste arrest (ECLI:NL:PHR:2023:1133).