ECLI:NL:HR:2024:1899

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2024
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
24/02741
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over WOZ-beschikking

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een WOZ-beschikking en aanslagen in de onroerendezaakbelastingen en rioolheffing van de gemeente Leiden voor het jaar 2020.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom maakte de Hoge Raad gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Een brief van belanghebbende in een latere fase van de procedure werd door de Hoge Raad niet in aanmerking genomen. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 20 december 2024.

Uitkomst: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/02741
Datum20 december 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GOUWE-RIJNLAND, vertegenwoordigd door [A],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 4 juni 2024, nr. BK-22/1246 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 21/2362) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen in de onroerendezaakbelastingen en rioolheffing van de gemeente Leiden voor het jaar 2020.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
1.2
Belanghebbende heeft op 12 november 2024 een brief gestuurd. Gelet op de fase van de procedure waarin deze brief is verstuurd, slaat de Hoge Raad daarop geen acht.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024.