ECLI:NL:HR:2024:1919
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier heeft belanghebbende op 27 september 2024 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.
Op 28 oktober 2024 heeft de griffier belanghebbende in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 20 december 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.