ECLI:NL:HR:2024:1920
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
De Hoge Raad heeft op 20 december 2024 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 5 juni 2024. De kern van de zaak betrof de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift op 22 augustus 2024 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres. Het griffierecht is echter niet betaald.
Vervolgens heeft de griffier op 28 oktober 2024 opnieuw per aangetekende brief de indiener in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief is afgeleverd, maar de indiener heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.