ECLI:NL:HR:2024:215
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffingsbevoegdheid Nederland over lijfrente-uitkering aan inwoner Filipijnen
Belanghebbende, woonachtig in de Filipijnen, ontving in 2016 een lijfrente-uitkering van een Nederlandse verzekeringsmaatschappij. De Inspecteur weigerde aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en stelde dat Nederland als bronstaat heffingsbevoegd was over deze uitkering. Het geschil betrof de uitleg van artikel 18 van Pro het Belastingverdrag Nederland-Filipijnen.
Het Hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat Nederland op grond van artikel 18, lid 2, van het Verdrag heffingsbevoegd is omdat de lijfrente-uitkering ten laste komt van de winst van de verzekeringsmaatschappij. Belanghebbende stelde dat de uitkering niet ten laste van de winst kwam, maar van een premiereserve.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof. De winst van de verzekeringsmaatschappij wordt beïnvloed door ontvangen premies, beleggingsrendementen en uitkeringen. Of de uitkering direct of via een premiereserve ten laste komt van de winst is irrelevant. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat Nederland heffingsbevoegd is over de lijfrente-uitkering aan een inwoner van de Filipijnen.