Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 februari 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor schuldwitwassen van een bedrag van €1.875,57, nadat hij zijn bankpas en pincode aan twee jongens ter beschikking stelde die het geld opnamen. Het hof oordeelde dat verdachte het geldbedrag had verworven en overgedragen, hoewel hij werd vrijgesproken van medeplegen wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking.
In cassatie klaagde de verdachte over de bewezenverklaring dat hij het geldbedrag had verworven en overgedragen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte daadwerkelijk zeggenschap had over de transacties. Uit de bewijsvoering bleek alleen dat het bedrag op zijn zakelijke rekening werd gestort en binnen veertien minuten werd opgenomen, zonder dat werd vastgesteld dat verdachte betrokken was bij deze transacties.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent verwerving en overdracht van geldbedrag; zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.