Conclusie
Bewijsoverweging met betrekking tot het onder 1 primair tenlastegelegde
eerste middelwordt geklaagd dat het oordeel van het hof dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat de door de aangever naar de bankrekeningen van de verdachte overgemaakte geldbedragen van in totaal € 15.000,- uit enig misdrijf afkomstig zijn, niet (toereikend) is gemotiveerd. Het
tweede middelklaagt dat het oordeel van het hof dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van bovengenoemd geldbedrag van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans ontoereikend is gemotiveerd. Het
derde middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van voornoemd geldbedrag niet aannemelijk is geworden. Deze middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
NJ2015/390, m.nt. Mevis, 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:716 en 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315,
NJ2016/413, m.nt. Rozemond [9] heeft de Hoge Raad algemene beschouwingen gewijd aan de deelnemingsvorm medeplegen in verhouding tot de deelnemingsvorm medeplichtigheid. Uit deze arresten blijkt dat voor de kwalificatie medeplegen vereist is dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking en dat de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De vraag of aan deze eis is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad heeft hiervoor geen algemene regels gegeven, maar tot op zekere hoogte duidelijkheid verschaft door het formuleren van aandachtspunten. De rechter kan bij de vorming van zijn oordeel of sprake is van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol van de verdachte in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang daarvan, de aanwezigheid van de verdachte op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij zal de bijdrage van de medepleger in de regel worden geleverd tijdens het begaan van een strafbaar feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal, wil medeplegen van een delict niettemin kunnen worden aangenomen, moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grotere rol in de voorbereiding. Als het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, zoals het verstrekken van inlichtingen, het op de uitkijk staan, het helpen bij de vlucht, dan dient de rechter de bewezenverklaring van het medeplegen in de bewijsvoering – dat wil zeggen in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – nauwkeurig te motiveren. De rechter mag bij zijn bewijsoordeel in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven. [10] Het ontbreken van lijfelijke aanwezigheid of het ontbreken van een uitvoeringshandeling hoeft het aannemen van medeplegen niet in de weg te staan als het gaat om handelingen voor en/of tijdens de uitvoering van het strafbare feit en de verdachte daarmee een sturende of leidende rol heeft gespeeld voor de uitvoering ervan. [11] Ook in die situaties komt het echter aan op de precieze motivering waarom er sprake is van medeplegen.
doordatde verdachte twee van zijn bankrekeningen met bijbehorende bankpassen en pincodes ter beschikking heeft gesteld aan een ander. Derhalve is de gevolgtrekking van het hof dat
mede door tussenkomstvan de verdachte kort na de overboekingen geldbedragen zijn opgenomen en doorgeboekt niet onbegrijpelijk. Het hof was ook op dit punt niet gehouden tot een nadere motivering.