Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
16 februari 2024.
Hoge Raad
Verzoekster heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. De procesinleiding werd elektronisch ingediend, maar was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a lid 1 Rv.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim hersteld had kunnen worden door binnen twee weken een juiste procesinleiding in te dienen, conform de vereisten van art. 397 lid 1 en Pro 426a lid 1 Rv. Verzoekster heeft echter geen gebruik gemaakt van deze herstelmogelijkheid.
Daarom verklaart de Hoge Raad verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken handtekening advocaat en niet-herstel binnen termijn.