ECLI:NL:HR:2024:245

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
23/04174
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 RvArt. 397 lid 1 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken handtekening advocaat

Verzoekster heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. De procesinleiding werd elektronisch ingediend, maar was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a lid 1 Rv.

De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim hersteld had kunnen worden door binnen twee weken een juiste procesinleiding in te dienen, conform de vereisten van art. 397 lid 1 en Pro 426a lid 1 Rv. Verzoekster heeft echter geen gebruik gemaakt van deze herstelmogelijkheid.

Daarom verklaart de Hoge Raad verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken handtekening advocaat en niet-herstel binnen termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04174
Datum16 februari 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster],
wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: verzoekster,
tegen
JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaken C/15/330898 / FA RK 22-3745 en C/15/332608 / FA RK 22/4674 van de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.323.851/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 juli 2023.
Verzoekster heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkheid van verzoekster in haar cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De door verzoekster langs elektronische weg ingediende procesinleiding voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, nu deze niet is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kon worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 397 lid 1 en Pro 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. Verzoekster heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het verzuim binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
16 februari 2024.