Conclusie
1.Procesverloop
2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Indien hieraan niet is voldaan, stelt de Hoge Raad de desbetreffende partij in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen een door de Hoge Raad te bepalen termijn. Maakt verzoekster van deze gelegenheid geen gebruik, dan verklaart de Hoge Raad haar niet ontvankelijk in haar beroep in cassatie (zie hiervoor artikel 397 lid 4 Rv Pro). [2] Indien de procesinleiding niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, en dit verzuim niet tijdig is hersteld, volgt dus niet-ontvankelijkheid. Voor de hersteltermijn hanteert de Hoge Raad volgens vaste rechtspraak een termijn van twee weken. [3]