Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
8 maart 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Novartis A.G. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een procedure over intellectueel eigendom en octrooirecht. Mylan B.V. en Mylan Ireland Limited hebben een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld, dat alleen behandeld zou worden indien het principale beroep slaagt.
De Hoge Raad heeft de klachten van Novartis beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de voorwaarde voor behandeling van het incidentele beroep niet is vervuld, wordt dit beroep niet behandeld. Novartis wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het cassatieberoep.
Mylan c.s. vorderen vergoeding van proceskosten voor zowel het principale als het voorwaardelijke incidentele beroep. Novartis betwist vergoeding van de kosten die samenhangen met het niet-behandelde incidentele beroep. De Hoge Raad volgt Novartis hierin en wijst alleen de kosten toe die betrekking hebben op het principale beroep, waarbij de gevorderde kosten als redelijk en evenredig worden beschouwd.
De uitspraak is gedaan door de vicepresident en vier raadsheren van de Hoge Raad en op 8 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Novartis en veroordeelt haar in de proceskosten.