ECLI:NL:HR:2024:479
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, waarin het hof uitsprak over hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende beschikkingen inzake dividendbelasting.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en het arrest is op 22 maart 2024 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.