ECLI:NL:HR:2024:532
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 augustus 2023. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende op 3 oktober 2023 per aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief kon niet worden bezorgd en werd na adresverificatie alsnog per gewone brief verzonden.
Ondanks deze aanmaningen werd het griffierecht niet voldaan. Op 7 november 2023 kreeg belanghebbende via het digitale dossier de gelegenheid om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar de ingediende brief van 28 november 2023 bood geen gegronde reden om het verzuim op te heffen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen. Het arrest werd op 5 april 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.