Uitspraak
21.1527 WAO, 21/1528 BESLU, 21/1529 BESLU
19/223 WAO-V, 19/226 BESLU-V, 19/227 BESLU-V
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Raad van 20 december 2019. De Raad heeft het onderzoek ter zitting beperkt tot de ontvankelijkheid van het herzieningsverzoek. Tijdens de zitting is getracht een minnelijke regeling te treffen, maar dit is mislukt omdat verzoekster zich niet aan de gemaakte afspraken wilde houden.
Verzoekster is herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,-, met duidelijke termijnen en waarschuwingen dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ondanks meerdere aanmaningen heeft verzoekster het griffierecht niet voldaan. Verzoekster voerde dat zij fraude met haar gegevens meent en dat de griffierechtregeling haar rechten schendt, maar deze gronden zijn reeds in eerdere uitspraken verworpen.
De Raad concludeert dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in betalingsonmacht verkeerde en dat zij het griffierecht had moeten betalen. Het verzoek om herziening is dan ook zonder redelijk doel ingediend. De Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.