ECLI:NL:HR:2024:534
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet betaald.
Hierop heeft de griffier belanghebbende een digitale gelegenheid geboden om te verklaren waarom het griffierecht niet was voldaan, maar belanghebbende heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de voorzitter, twee raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.