Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 april 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoeker die hoger beroep instelde tegen een beschikking van de rechtbank over omgangsregelingen met zijn kinderen. Het beroepschrift werd op de laatste dag van de beroepstermijn via Veilig Mailen verzonden, maar een bijlage was beschadigd en kon niet worden geopend door het hof. Hoewel een fysiek exemplaar later per post werd ingediend, was dit buiten de beroepstermijn.
Het hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet kon worden vastgesteld dat het beroepschrift tijdig en correct was ingediend. De verzoeker stelde dat sprake was van een apparaatsfout en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was op grond van het procesreglement en het Besluit elektronisch procederen.
De Hoge Raad oordeelde dat geen sprake was van een verstoring van de toegang tot Veilig Mailen die niet aan de verzoeker was toe te rekenen. De e-mail was tijdig ontvangen, maar het bestand was beschadigd, wat voor risico van de verzoeker bleef. Ook was er geen verplichting voor het hof om te waarschuwen voor het niet openen van het bestand. Het beroep werd verworpen en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens een beschadigd beroepschrift dat niet tijdig per post is nagezonden.