ECLI:NL:PHR:2024:981

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
22/01998
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 SvArt. 410 lid 1 SvArt. 27 lid 1 SrArt. 279 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens ontbreken grieven ondanks tijdige indiening via Veilig Mailen

De verdachte werd door de rechtbank Den Haag veroordeeld wegens medeplegen van het onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag en stelde hoger beroep in. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat geen grieven schriftelijk of mondeling waren ingediend. De advocaat van de verdachte stelde dat grieven wel tijdig per e-mail via het beveiligde systeem Zivver waren ingediend bij het hof, maar deze werden door het hof niet ontvangen of geopend.

Na uitgebreid onderzoek, waaronder het inwinnen van nadere inlichtingen bij het hof Den Haag en het analyseren van e-maillogbestanden, bleek dat de grieven op 17 mei 2022 om 17:02 uur via Zivver bij het hof waren ontvangen op het daarvoor bestemde e-mailadres. Dit leidde tot het ernstige vermoeden dat de grieven wel degelijk tijdig waren ingediend, maar niet door het hof waren verwerkt.

De Hoge Raad oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. De conclusie van de advocaat-generaal benadrukt het belang van correcte ontvangst en verwerking van processtukken via Veilig Mailen en bevestigt dat het indienen van grieven op het hof via dit systeem rechtsgeldig is.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/01998

Zitting24 september 2024
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij arrest van 18 mei 2022 door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 juli 2021 waarin de verdachte wegens ‘het medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag’ is veroordeeld tot 211 dagen gevangenisstraf, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr.
Er bestaat samenhang met de zaken 22/02011 en 22/02010. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. I. Car, advocaat te Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte toepassing heeft gegeven aan art. 416, tweede lid, Sv.
Het bestreden arrest houdt onder meer het volgende in:

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.’
6. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 mei 2022 houdt onder meer het volgende in:
‘De voorzitter begint het onderzoek door het doen uitroepen van de zaak tegen na te noemen verdachte.
De verdachte, gedagvaard als:
(…)
Is niet ter terechtzitting verschenen.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
De voorzitter deelt mede dat de zitting van heden een zogenaamde strafrolzitting betreft, waarop een aanvang wordt gemaakt met de inhoudelijke behandeling van de zaak in die zin dat uitsluitend de stand van zaken met betrekking tot het naar eerdere indruk zonder grieven ingestelde hoger beroep aan de orde zal komen.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor en vordert, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch heden ter terechtzitting is verschenen, dat de verdachte op grond van artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.
Na sluiting van het onderzoek door de voorzitter doet het gerechtshof terstond uitspraak.’
7. De verdachte was in eerste aanleg op de terechtzittingen gehouden op 7 mei en 8 juli 2021 aanwezig. Namens de verdachte is op 5 augustus 2021 hoger beroep ingesteld. De verdachte is in hoger beroep gedagvaard om te verschijnen op de ‘STRAFROLZITTING’ van het gerechtshof Den Haag van 18 mei 2022, en wel om 14:00 uur. Aktes van uitreiking zijn ingevuld op 25 maart 2022 en 12 april 2022; de dagvaarding is beide keren uitgereikt aan het openbaar ministerie. Deze dagvaarding − die ook is vertaald − houdt onder meer het volgende in:
‘In eerste aanleg bent u bij vonnis van de rechtbank Den Haag met parketnummer 09-067325-21 veroordeeld. Tegen dat vonnis hebt u hoger beroep ingesteld.
U hebt tot op heden geen grieven (bezwaren) tegen dat vonnis opgegeven.
De terechtzitting van het hof waarvoor ik u nu dagvaard is alleen bedoeld om vast te stellen of van uw kant bezwaren bestaan tegen het vonnis, en zo ja, welke bezwaren dat zijn.
U kunt uw bezwaren, bij voorkeur uiterlijk 24 uur voor het tijdstip van aanvang van de behandeling ter terechtzitting, alsnog schriftelijk indienen ter griffie van de rechtbank waar het vonnis is gewezen, of ter griffie van het gerechtshof Den Haag. Ook kunt u uw bezwaren tegen dat vonnis mondeling opgeven ter terechtzitting van het hof op 18 mei 2022. Zowel dit schriftelijk indienen als het mondeling opgeven van bezwaren mag u ook namens u door uw advocaat laten doen.
Als op de terechtzitting waarvoor ik u thans dagvaard niet blijkt van bezwaren van uw kant tegen het vonnis, dan kan het hof u niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. Daarmee komt voor het hof een einde aan de behandeling van uw zaak. Wanneer op de terechtzitting wél blijkt van bezwaren van uw kant tegen het vonnis, dan zal uw zaak direct worden aangehouden tot een andere, ter zitting te bepalen datum waarop de inhoudelijke behandeling van uw zaak in hoger beroep zal plaatsvinden voor het feit of de feiten waarvan u wordt verdacht en waarvoor u door de rechtbank bent veroordeeld.’
8. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat een dag voor de rolzitting grieven per e-mail (via Zivver) zijn ingediend. [1] De steller van het middel merkt op dat op de website van de Rechtspraak de e-mailadressen voor ‘Veilig Mailen’ staan, dat het e-mailadres van de strafgriffie van het Gerechtshof Den Haag voor het starten van veilig mailcontact intake.hofdenhaag@rechtspraak.nl betreft, dat dit e-mailadres nog steeds in gebruik is en dat de grieven naar dit e-mailadres zijn verstuurd.
9. Bij de cassatieschriftuur zijn ter onderbouwing van deze stelling als productie 1 twee stukken gevoegd. Het ene stuk betreft een brief van de raadsman van 17 mei 2022 getiteld ‘
GRIEVEN’ die is gericht aan de strafgriffie van het gerechtshof Den Haag. Deze brief houdt onder meer in:
‘Hierbij zend ik U de grieven tegen het vonnis van 22 juli 2021 van de rechtbank Den Haag met parketnummer 09-067325-21.
Appellante is in eerste aanleg door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 211 (tweehonderdelf) dagen, met aftrek van voorarrest en waarvan 150 dagen voorwaardelijk.

Grief 1: Ten onrechte bewezenverklaring van artikel 279 Sr Pro.

Appellante stelt zich op het standpunt dat zij van meet af aan niet goed is geïnformeerd, aangezien zij is overvallen met een proces waar zij niet professioneel en adequaat is geïnformeerd in een taal die zij verstaat en onder deze bijzonderheden, op de hoogte is gesteld van de aard en de reden van de tegen haar ingebrachte beschuldiging. Aan appellante kan in ieder geval niet worden verweten dat zij geen gezag meer over haar kind had, nu zij op geen enkele wijze adequaat is geïnformeerd. Dit klemt te meer nu zij van de Jeugdbescherming ook geen vertaalde stukken heeft ontvangen, dan wel is er gedurende de gesprekken met de medewerkers geen tolk ingeschakeld.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank, alle feiten en omstandigheden in samenhang bezien, ten onrechte tot een bewezenverklaring gekomen.

Grief 2: Strafoplegging/strafmaat

Appellante stelt zich op het standpunt dat de rechtbank Den Haag bij de strafmaat geen rekening heeft gehouden met haar persoonlijke omstandigheden, nu de straf niet in overeenstemming is met de oriëntatiepunten voor straftoemeting en overige LOVS-afspraken.’
10. Het andere stuk betreft een document met de volgende inhoud:
‘17-05-2022 17:02 (…)
Grieven inzake [verdachte] (22-002366-21 ) / De strafrolzitting is morgen (18 mei 2022)
Intake (Hof Den Haag) , Moghni Advocaten
(…) dinsdag 17 mei 2022 17:02
Geachte heer/mevrouw,
Kortheidshalve verwijs ik u naar de inhoud van de bijlage.
Met vriendelijke groet,
I. Car
17:02

Bijlagen:

 grieven [verdachte] .pdf (552.3 kB)
https://app.zivver.com/print.html#/?share=347f015a-1d6f-433c-9033-a9f743ba8657&conversation=23438743-680f-4b9f-a9fc-afc3e5c31699’
11. Op mijn verzoek zijn op 3 april 2024 nadere inlichtingen ingewonnen bij het hof Den Haag. Gevraagd is of in de onderhavige zaak en beide samenhangende zaken ‘een dag voor de zitting (oftewel op 17 mei 2022) via Zivver een schriftuur houdende grieven (is) ingediend’ en, zo ja, of ‘de schriftuur met ontvangstbevestiging aan de Hoge Raad (kan) worden gestuurd’. Daarop is een brief binnengekomen die gedateerd is op 19 april 2024, ondertekend is door de griffier en onder meer het volgende inhoudt:
‘Naar aanleiding van uw brief van 3 april 2024 (…) bericht ik u dat de door u opgevraagde stukken (schrifturen inhoudende grieven) helaas niet gevonden zijn in de desbetreffende dossiers. Daarnaast heeft onze griffie en de griffie van het ressortspakket de e-mailboxen doorzocht en ook daarin zijn deze stukken niet aangetroffen.’
12. Naar aanleiding van deze brief heeft de rolraadsheer de steller van het middel op 19 april 2024 een nadere termijn verleend om de eerder ingediende schriftuur ‘te wijzigen, aan te vullen dan wel een of meer middelen in te trekken’. Mr. I. Car. heeft daarop bij ‘aanvullende schriftuur’ van 3 mei 2024 als volgt gereageerd:
‘Belanghebbende heeft kennis genomen van de reactie van het Gerechtshof te Den Haag. Het Gerechtshof heeft “enkel” volstaan met een blote ontkenning van de ontvangst van de grieven. Belanghebbende heeft echter gemotiveerd aangetoond dat de grieven wel (en tijdig) zijn ingediend.’
13. Een – buiten de gestelde termijn ingediend − bericht in het webportaal van de Hoge Raad der Nederlanden van 15 mei 2024 van mr. I. Car houdt het volgende in:
‘Op 13 mei 2025 heeft de raadsman met toestemming het zivver-account van zijn vorige kantoor nagelopen. De grieven zijn door het gerechtshof Den Haag vooralsnog niet geopend (zie bijgevoegde bijlage: "berichtdetails". In ieder geval is nogmaals aangetoond en/of aannemelijk gemaakt dat de grieven wel zijn ingediend en het hoger beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.’
14. Nu dit aanvullende bericht enkel een feitelijke omstandigheid onder de aandacht brengt, meen ik dat de inhoud in beginsel bij de beoordeling van het middel kan worden betrokken. [2]
15. In de bijlage bij dit bericht bevindt zich een foto. Deze foto betreft, zo begrijp ik, een kopie van een foto van een beeldscherm waarop een deel zichtbaar is van het document waarvan de inhoud hiervoor onder randnummer 10 is weergegeven.
16. Op mijn verzoek zijn bij brief van 4 juli 2024 nogmaals inlichtingen ingewonnen bij het hof Den Haag. Na enkele inleidende alinea’s, waarin de uitspraak, de klacht in cassatie, het eerdere verzoek om inlichtingen, de reactie van de griffier van het hof en het nader bericht van mr. I. Car zijn weergegeven, luidt de laatste alinea van de brief als volgt:
‘De middelen die in de drie zaken zijn ingediend laten zich lastig beoordelen zonder aanvullende inlichtingen over de e-mailberichten die, naar de steller van de middelen aanvoert, in alle drie zaken zijn verzonden. Daarom verzoeken wij U, zo nodig door dit bericht en de bijgevoegde bijlagen ter beschikking te stellen aan de Informatievoorzieningsorganisatie (IVO) Rechtspraak, de volgende vraag te beantwoorden: ‘Kunt U aangeven en onderbouwen, al dan niet door middel van logbestanden of andere gegevens, of de drie emails met als bijlagen schrifturen die volgens mr. Car in de zaken tegen de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] op 17 mei 2022 via Zivver zijn ingediend, zijn verzonden door mr. Car en zijn ontvangen door het gerechtshof Den Haag? En kunt U, indien de e-mails wel zijn verzonden door mr. Car maar niet zijn ontvangen door het gerechtshof Den Haag, aangeven wat ertoe heeft geleid dat de e-mails niet door het gerechtshof zijn ontvangen?’
17. Op 25 augustus 2024 is vervolgens een bericht ontvangen van een bestuurslid van het hof Den Haag. Dit bericht houdt in:
‘Uit bijgevoegde correspondentie blijkt dat in de drie door u genoemde zaken op 17 mei 2022, op de tijdstippen 16:01, 17:02 en 17:12, e-mails met als bijlagen schrifturen, zijn ontvangen.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.’
18. De bijgevoegde correspondentie behelst (onder meer) een e-mailbericht van 15 juli 2024 van hetzelfde bestuurslid aan een ‘informatiemanager’ die blijkens het e-mailadres werkzaam is binnen de rechtspraak. Dit e-mailbericht houdt het volgende in:
‘Zie onder en de bijlage. Kun jij (door iemand van IVO) laten uitzoeken (1) of het e-mail account intake.hofdenhaag@rechtspraak.nl toentertijd actief was en zo ja, (2) of de in de bijlage bedoelde e-mails daar ooit zijn aangekomen?’
19. De geadresseerde heeft vervolgens op 5 augustus 2024 een e-mailbericht aan het bestuurslid van het hof gezonden met de volgende inhoud:
‘In de mailbox intake.hofdenhaag@rechtspraak.nl zijn op 17 mei 2022 via Zivver grieven ontvangen m.b.t. onderstaande zaken:
[medeverdachte 1] , parketnummer 09-067297-21 (Zyvver bericht ontvangen om 17.12 op 17/5/2022)
[medeverdachte 2] , parketnummer 10-210180-21 (Zyvver bericht ontvangen om 17.02 op 17/5/2022)
[verdachte] , parketnummer 09-067325-21 (Zyvver bericht ontvangen om 16.01 op 17/5/2022)
Bijgevoegd de in PDF ontvangen grieven alsmede de Zyvver berichten zelf zoals ontvangen.’
20. Het betreffende Zivver-bericht houdt het volgende in:
‘Nieuw beveiligd bericht van
Moghni Advocaten(info@moghni.nl) met het onderwerp: Grieven inzake [verdachte] (22-002366-21 ) / De strafrolzitting is morgen (18 mei 2022)’
21. Onder deze tekst is in een zwart vak de tekst ‘Open bericht’ vermeld. Bij het bericht gevoegd is het document dat in het voorgaande onder randnummer 9 is weergegeven. [3]
22. Veilig Mailen heeft per 1 februari 2022 de mogelijkheid tot het sturen van een fax vervangen. [4] Op www.rechtspraak.nl staat informatie over ‘Veilig mailen’. Veilig Mailen biedt, aldus deze website, ‘een veel betere bescherming van gegevens dan e-mailen. Berichten die u via Veilig Mailen verzendt, worden versleuteld. Om toegang te krijgen tot een bericht, moet de ontvanger bovendien een extra stap doen om te bewijzen dat hij of zij ook echt de juiste ontvanger is.’ [5] Uit de antwoorden op ‘Veelgestelde vragen Veilig Mailen’ blijkt dat niet een verplichting bestaat om gebruik te maken van Veilig Mailen. De Rechtspraak maakt gebruik van Veilig Mailen via Zivver. Maar er zijn ook andere aanbieders van Veilig Mailen waarvan gebruik kan worden gemaakt om te mailen met de gerechten. [6] Om veilig te mailen met de Rechtspraak is geen abonnement nodig.
23. Blijkens www.rechtspraak.nl biedt het gerechtshof Den Haag de mogelijkheid om door middel van een Veilig Mailcontact processtukken in te dienen. [7] De koppeling ‘
Strafgriffie (zivver.com)’die op www.rechtspraak.nl is vermeld bij de mogelijkheid om zonder Veilig Mailen-abonnement een bericht aan de strafgriffie van het hof Den Haag te sturen
,leidde de gebruiker tot voor kort naar een Zivver-omgeving waarin berichten aan het e-mailadres ‘intake.hofdenhaag@rechtspraak.nl’ konden worden gestuurd. [8] In art. 4 van Pro het ‘Bijzonder reglement afdeling straf’ van het gerechtshof Den Haag staat vermeld: ‘Voor ontvangst van berichten en stukken is de griffie via de mailbox strafgriffiehofdenhaag@rechtspraak.nl -ook op zon- en feestdagen- 24 uur per dag bereikbaar’. [9] Dit e-mailadres is nog steeds in gebruik.
24. Ik ga er in het licht van het voorgaande vanuit dat het Veilig Mailen e-mailadres intake.hofdenhaag@rechtspraak.nl op dinsdag 17 mei 2022 in gebruik was en een e-mailadres betrof dat door het gerecht was aangewezen voor het indienen van processtukken in strafzaken’. [10] Dat leid ik ook af uit het bericht van het hof Den Haag, inhoudend dat ‘in de drie door u genoemde zaken op 17 mei 2022, op de tijdstippen 16:01, 17:02 en 17:12, e-mails met als bijlagen schrifturen, zijn ontvangen’.

Beoordeling van het middel

25. Art. 416, tweede lid, Sv bepaalt dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak zelf niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgeeft. Uw Raad heeft beslist dat het in artikel 416, tweede lid, Sv genoemde geval zich niet voordoet indien de schriftuur buiten de in artikel 410, eerste lid, Sv genoemde termijn maar wel voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is ingediend. [11] Dat geldt ook indien deze schriftuur niet op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen is ingediend maar op de griffie van het hof waar de zaak in hoger beroep dient. [12]
26. In de onderhavige zaak volgt uit het bericht dat het hof Den Haag op 25 augustus 2024 heeft verzonden, de bijgevoegde correspondentie en de met de cassatieschriftuur meegezonden stukken dat in de onderhavige zaak op 17 mei 2022 om 17.02 uur en daarmee tijdig via Zivver grieven zijn ingediend die zijn ontvangen in de mailbox intake.hofdenhaag@rechtspraak.nl. Uit eerder genoemde informatie op www.rechtspraak.nl leid ik af dat deze mailbox destijds gebruikt kon worden om schrifturen in te dienen.
27. Een en ander geeft grond voor (minst genomen) het ernstige vermoeden dat namens de verdachte voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting een schriftuur houdende grieven is ingediend. [13]
28. Het middel slaagt.
29. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
30. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie voor meer informatie over Veilig Mailen met de Rechtspraak: https://www.rechtspraak.nl/veilig-mailen-met-de-rechtspraak.
2.Vgl. HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1943,
3.Uit een en ander volgt dat de schrifturen ook konden worden geopend. Vgl. in dat verband HR 12 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:570.
4.https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Veilig-Mailen-vervangt-faxverkeer-in-2022.aspx.
5.https://www.rechtspraak.nl/veilig-mailen-met-de-rechtspraak.
6.Zie https://www.rechtspraak.nl/veilig-mailen-met-de-rechtspraak/Paginas/Veelgestelde-vragen-mailen-met-de-rechtspraak.aspx.
7.Zie https://www.rechtspraak.nl/veilig-mailen-met-de-rechtspraak.
8.https://www.rechtspraak.nl/veilig-mailen-met-de-rechtspraak/Paginas/Veilig-mailen-starters.aspx#c5d95bb6-fb5a-4bfe-be38-b24965d21babce98c224-2dd3-430b-a595-b4397eaba77815, geraadpleegd op 4 maart 2024.
9.https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Gerechtshoven/Gerechtshof-Den-Haag/Regels-procedures-en-klachten/Paginas/Bijzonder-reglement-afdeling-straf.aspx.
10.Vgl. HR 21 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:909,
11.HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1415,
12.HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1480.
13.Vgl. HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1049,