ECLI:NL:HR:2024:573
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen 2020
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2020 was behandeld.
Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.
De Hoge Raad heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 12 april 2024 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.