ECLI:NL:HR:2024:576
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 april 2023. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 29 november 2023 op de verplichting tot betaling van het griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd door belanghebbende afgehaald, maar het griffierecht werd niet voldaan.
Vervolgens ontving belanghebbende op 1 februari 2024 een tweede aangetekende brief waarin hij werd verzocht mee te delen waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief werd afgehaald, maar belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd op 12 april 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.