ECLI:NL:HR:2024:666
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingzaak
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot wraking ingediend tegen de leden J.A.R. van Eijsden, A.E.H. van der Voort Maarschalk en J. Wortel, die een uitspraak zouden doen in een belastingzaak. Het verzoek werd ingediend nadat aan belanghebbende was meegedeeld dat de uitspraak op 5 april 2024 zou plaatsvinden en door genoemde leden zou worden gedaan.
Belanghebbende stelde dat de leden van de Hoge Raad vooringenomen zijn vanwege vermeende schendingen van nationale en internationale rechtsbeginselen, waaronder het fair trial-beginsel, en noemde daarbij ook beschuldigingen van nationalisme en discriminatie. De leden tegen wie het wrakingsverzoek was gericht, berustten niet in het verzoek en zagen af van een hoorzitting. Belanghebbende verscheen ook niet op de uitnodiging voor mondelinge toelichting.
De Hoge Raad oordeelde dat het wrakingsverzoek niet gegrond is omdat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid bevatten. Ook het aanvullend ingediende bericht bood geen nieuwe gronden. Het verzoek werd daarom afgewezen. De beslissing werd genomen door de vicepresident en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2024.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie leden van de Hoge Raad is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.