ECLI:NL:HR:2024:714
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake inkomstenbelasting aanslagen 2017 en 2018
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 november 2023, waarin het hoger beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2017 en 2018 werd behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Tevens is een verzoek tot wraking van belanghebbende ingediend, maar dit is niet toegewezen.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gezien de inhoud van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen en maakt daarom gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 17 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a RO.