Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
23 januari 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor witwassen van geldbedragen door op verzoek van anderen een bankrekening te openen en de bijbehorende bankpas aan twee jongens te geven, die het geld van die rekening opnamen. Het hof stelde vast dat verdachte wist dat het geld afkomstig was uit misdrijf en dat haar gedragingen erop gericht waren de werkelijke aard en vervreemding van het geld te verhullen.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van slachtoffers die via WhatsApp werden benaderd en geld overmaakten naar een rekening op naam van verdachte, verklaringen van betrokkenen, bankafschriften en het verhoor van verdachte zelf. Verdachte verklaarde dat zij de rekening had geopend op verzoek van iemand die geld wilde doorsluizen en dat zij een vergoeding van 10% zou krijgen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had bij het bewezen verklaren van het witwassen en dat het bewijs toereikend was. Wel werd de opgelegde taakstraf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Het beroep van verdachte werd verder verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor witwassen met vermindering taakstraf wegens termijnoverschrijding.