Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 mei 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een 42-jarige verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2023, waarin hij werd veroordeeld voor verkrachting van de 16-jarige dochter van zijn ex-vriendin. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of de verklaringen van het slachtoffer voldoende steun vonden in ander bewijs, in het licht van het bewijsminimum en het unus testis-criterium.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep in cassatie is derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 14 mei 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.